‘Verbind de individuele en collectieve aanpak’

Portret van Marcel Spierts

Interview met Marcel Spierts.

Veel gemeenten proberen wijkteams te stimuleren om collectief te werken. Dit vereist een aanpak gericht op het verbinden van hulpvragen en op het betrekken van bewoners uit de wijk. Onderzoeker Marcel Spierts: ‘Vanaf het begin van het sociaal werk waren individueel en collectief sterk met elkaar verbonden. Dat zijn we daarna verloren en moeten we weer terug zien te krijgen.’

Hoewel het collectief werken wordt gestimuleerd, zet slechts 2% van de wijkteams het collectief werken bewust in, blijkt uit eerder onderzoek van Movisie. Individuele signalen en hulpvragen van inwoners kunnen gebaat zijn bij een collectieve aanpak, in bijvoorbeeld de vorm van een training of informatiebijeenkomst. In Haarlem werden drie pilots gestart om ervaring op te doen met collectiviseren vanuit de sociaal wijkteams. Het ging hierbij niet alleen om concrete acties, maar ook om het veranderen van de mindset van de leden van de sociaal wijkteams. In opdracht van de gemeente Haarlem onderzochten Marcel Spierts en Hugo Post drie nieuwe manieren van collectief werken door sociaal wijkteams.

Hoe verliepen de pilots in Haarlem?

Spierts: ‘We hebben in Haarlem een begin gemaakt om het collectief en individueel werken dichter bij elkaar te brengen, maar we moeten heel bescheiden zijn over wat we bereikt hebben. We zijn in gesprek gegaan met leden van de wijkteams over hun vak en over het feit dat ze nu bijna alleen maar bezig zijn met individuele casuïstiek en hoe ze meer de verbinding met de wijk kunnen zoeken. Een eerste probleem waar we tegen aanliepen was dat je het hele team moet meekrijgen. Zo was er in een van de wijkteams uit de pilot een opbouwwerker die aangaf het team niet mee te krijgen. Dat is een geluid dat vaak te horen is. Er bestaat veel weerstand binnen teams tegenover collectief werken. Veel professionals hebben het gevoel dat ze iets opgedragen wordt wat ze niet gewend zijn en waar ze niet voor toegerust zijn.’

Hoe ga je daar mee om?

‘Maatschappelijk werkers, wijkverpleegkundigen of Wmo-consulenten zijn gewend om 1 op 1 gesprekken met mensen te voeren, tot een plan te komen en het daarna uit te voeren. Wanneer je ze dan vraagt om open in gesprek te gaan en bijvoorbeeld door te vragen op interesses van mensen, zonder een idee te hebben waar het op moet uitkomen, dan is er echt koudwatervrees. Het is dus voor de mensen die nu in de wijkteams werken geen vanzelfsprekendheid.

Belangrijk bij het omgaan met weerstand is dat de leden van de wijkteams erachter komen dat ze al wel dingen doen die in de richting van die collectieve benadering gaan. In sommige gevallen weten ze namelijk bij welke instanties ze aan de bel moeten trekken als er vaak dezelfde dingen misgaan, bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting. Dit soort advocacy of signalering is ook onderdeel van een collectieve aanpak, maar ze doen het nu intuïtief en niet systematisch of reflectief.’

Als we deze veranderingen structureel willen maken waar moeten we dan rekening mee houden?

‘In Haarlem wordt nu gekeken naar vervolgstappen, maar op het moment dat een pilot afloopt is er een grote kans dat het stilvalt.

Er moet dus nagedacht worden over wat voorwaarden zijn om die verandering structureler te maken. Het begint met een visie op de langere termijn. Hoe ziet de wijk er over tien of vijftien jaar uit? Het vraagt om een andere manier van kijken: Waar liggen kansen in de wijk en hoe kun je mensen koppelen aan activiteiten en aan elkaar?

Bedenk ook: een sociaal wijkteam kan het niet alleen. Er is ook opbouwwerk buiten de wijkteams nodig en de vraag is hoe je met de betrokken bewoners en instanties tot een gezamenlijk gedragen sociale agenda voor de wijk kunt komen.

Ten slotte moet je financieel kijken, want tijd is een factor, in Haarlem zit bijvoorbeeld in elk wijkteam één opbouwwerker, maar dat is te weinig. Verder moeten wijkteams ook de ruimte krijgen om te leren, te reflecteren en te experimenteren. Dat wordt door de waan van de dag vaak vergeten.’

Wat kunnen gemeenten doen?

‘Sinds de decentralisaties is er veel wensdenken. We spreken nu af dat het voortaan zo moet en vanaf dat moment gaat het ook zo. Ja, zo werkt het niet. Je moet altijd kijken dat je beleid niet te vrijblijvend is, maar je kunt het ook niet afdwingen. Daarom heb je een lange adem nodig, want het gaat stap voor stap. En soms ook weer een stapje terug. Verder is het belangrijk dat beleid en uitvoering elkaar opzoeken en er een wisselwerking ontstaat. Dat is nu nog te vaak een eenzijdige relatie, waarbij beleid regels opstelt die door de wijkteams uitgevoerd moeten worden. Gemeenten moeten ook anders naar resultaten gaan kijken. Dus niet alleen op casussen afrekenen, maar ook op andere meer collectieve parameters gaan letten. Kent het wijkteam de wijk en zijn bewoners en zijn er bijvoorbeeld partnerships met informele partijen?’

Wat kunnen professionals doen?

‘Vanaf het begin van het sociaal werk waren individueel en collectief sterk met elkaar verbonden. Dat zijn we daarna verloren en moeten we weer terug zien te krijgen. Maatschappelijk werkers zijn nu niet meer gewend om te kijken naar het grotere geheel en opbouwwerkers zijn niet meer gewend om te kijken naar het individu. Ze zien maar een kant van het verhaal. Het gaat erom dat collectief werken bewust wordt ingezet en dat je daar als wijkteam een keuze in maakt. Dat betekent dus niet alleen een visie op collectief werken, maar ook op de functie en positie van het wijkteam, zodat je niet enkel gestuurd wordt door de tachtig casussen die er op dat moment in het bestand zitten.  Keuzes durven te maken is daarvoor noodzakelijk, dat kan lastig zijn. Ook omdat professionals in de wijkteams vaak het gevoel hebben dat de tijd die ze met visieontwikkeling bezig zijn, ten koste gaat van het contact met cliënten. Maar als je in die modus blijft steken dan ontwikkel je je werk niet verder en help je uiteindelijk minder mensen.’

Als je vijf jaar vooruit kijkt: is het collectief werken dan ingeburgerd of juist niet?

‘Het zal nog niet ingeburgerd zijn, maar wel op grotere schaal ingang gevonden hebben. De uitkomsten van een recent onderzoek van de Werkplaats Sociaal Domein in Zwolle zijn in dat opzicht bemoedigend. Sociaal werkers uit wijkteams ervaren weliswaar tal van belemmeringen, maar ze onderschrijven de noodzaak van collectiviseren en geven tevens aan dat ze er aan willen werken. Over vijf jaar zijn ook de eerste lichtingen studenten van de nieuwe opleiding sociaal werk afgestudeerd. Als het lukt om de opleidingen meer op het collectieve werken in te richten, dan kan dat voor een versnelling zorgen.’

Bron: Stichting Movisie (link opent in een nieuw venster)

Skip to content