Het Taboe moet eraf

Blik naar beneden op schoenen

Er zijn meer auditieve beperkingen dan doof en slechthorend. Je kunt daar goed mee leven, maar het taboe moet er wel eerst af. En waarom zou een gehoorapparaat niet ‘design’ kunnen zijn? Een gesprek met Kees Twilt.

Bij auditieve beperking dacht ik altijd alleen aan doof en slechthorend. Kees Twilt helpt me echter meteen uit de droom. Je kunt Ménière hebben, met duizelingen en last van je evenwicht. Of tinnitus, een constante ruis, piep of brom in je oor. Of hyperacusis, je bent dan overgevoelig voor geluid en kan normale omgevingsgeluiden slecht verdragen. En zo is er nog wel het een en ander. Kortom, achter deze term gaat een scala aan beperkingen schuil, die allemaal te maken hebben met het gehoor.
Kees is ‘gewoon’ slechthorend, al vanaf zijn geboorte. Dat heeft hem niet belet om een paar mooie opleidingen te volgen. Mulo, Havo, Bibliotheekacademie; hij heeft ook twintig jaar bij de Universiteit van Amsterdam gewerkt om maar een paar dingen te noemen. De vraag die onmiddellijk opkomt is natuurlijk: hoe ging dat studeren dan?

Werken met andermans dictaat

Kees: ‘zwaar, ik moest bijvoorbeeld veel overschrijven van anderen. Het grote nadeel daarvan is dat je dan in feite ook werkt met de dictaten van anderen en je hebt geen flauw idee wat iemand allemaal weglaat omdat hij het zelf al weet. Verder had ik nauwelijks sociale contacten, dat kostte echt heel veel moeite. Dat is overigens het grote probleem voor mensen met een auditieve beperking: het sociaal isolement. Het is gewoon moeilijker om contacten te leggen en gesprekken te voeren.’ Zelf heeft hij bijvoorbeeld moeite om het gesprek te volgen als er meer mensen in een ruimte zijn.
Bij anderen gaat het dan weer om ‘kleine dingen’ die voor buitenstaanders moeilijk te begrijpen zijn.
‘Als je in gezelschap aangeeft dat je het klikken met een balpen of het geluid van een lepeltje waarmee iemand in een kopje roert, eigenlijk niet kunt verdragen, voel je je vaak behoorlijk voor aap zitten.’

Waar blijft het design-gehoorapparaat? En daar hebben we het dan: het taboe dat hangt om de auditieve beperking, ook bij de mensen zelf.
‘Neem nu een bril, je hebt ze in alle soorten en maten en in alle kleuren die je maar wilt. Een bril is een designartikel geworden. Toch is het in feite niets anders dan een hulpmiddel bij een visuele beperking. Met een bril geef je aan wie je bent, mensen met een auditieve beperking stoppen hun hulpmiddelen het liefst weg. En daarmee verstoppen ze hun beperking. En dat taboe moet eraf.’

Het is daarbij heel belangrijk dat iemand zijn eigen beperking accepteert. Hoe ziet iemand zichzelf? Als slechthorende of als mens? Die zelfacceptatie is vaak moeilijk en dan komt nog de strijd om acceptatie. Maar er zijn organisaties, zoals Stichting Hoormij, die daarbij helpen.
Kees is zelf vanaf zijn 24e al actief in het vrijwilligerswerk. ‘Lotgenotencontact is heel belangrijk, dat mensen niet het idee hebben ‘Ik ben de enige’.’

Nog een laatste vraag: wat is het verschil tussen nu en pakweg twintig jaar geleden?
‘Technisch gezien is er natuurlijk heel veel verbeterd. De communicatie-apparatuur is veel beter, de ondertiteling op TV is nog lang niet perfect, maar het is er in ieder geval. Je moet er wel rekening mee houden dat dat maar hulpmiddelen zijn, niet het antwoord op de beperking. Ons doel is natuurlijk gewoon mee te doen in de maatschappij. Daar blijven we aan werken.’

En dan komt dat design-gehoorapparaat vanzelf.

www.stichtinghoormij.nl (opent in een nieuw venster)

Auteur: Edward de Bruin

Skip to content